Voor wie me wil zien spreken over mijn boek: ik sta dit weekend op de
Manuscripta in Amsterdam. Deze nieuwe boekenbeurs op het terrein van de Westergasfabriek moet de Nederlandse equivalent worden van de Frankfurter Buchmesse - en is alleen al daarom een bezoek waard aanstaande zondag. In het programmaonderdeel Afrika Centraal vertel ik over
Een nacht in een vijzel.
Zondag 2 september, Manuscripta, Afrika Centraal, 16.15 uur, Zuiveringshal-West
Met een glas (of wat) witte wijn bij
mijn uitgever aan de Amsterdamse Herengracht hebben we het gistermiddag officieus ten doop gehouden. Eindelijk is het zo ver: mijn boek kwam maandag van de drukker.
Een nacht in een vijzel is vanaf vandaag te koop bij de boekhandels - bij sommige winkels een paar dagen later. De officiële
presentatie is volgende week. Na de Chardonnay bij uitgeverij Artemis volgden menig ander glas met fotografe
Caro Bonink en een heerlijke Ethiopische maaltijd in restaurant
Kilimanjaro. Daar maakte Caro deze foto van mij.
Nog een nachtje slapen en dan ligt mijn boek in de winkels... Wat nu al in de boekhandel ligt, is het septembernummer van
Opzij met daarin een interview met mij onder de kop
In de ban van Afrika. Over mijn fascinatie voor het continent, mijn aandacht voor vrouwen en mijn werk als journalist. Overigens heeft Opzij ook een speciale
lezersaanbieding met mijn boek. Tien exemplaren geeft het blad weg, dus wees er snel bij!
Exclusief in het nieuwe nummer van
Onze Wereld: op bezoek bij schrijfster Lisa St Aubin de Terán in Mozambique. Lang geleden moest Lisa St Aubin de Terán haar haciënda in Venezuela ontvluchten. Ze nam zich voor ooit een nieuwe plek te vinden waar ze weer zo nuttig kon zijn. Toen de Britse bestsellerschrijfster Noord-Mozambique zag, wist ze dat zij haar bestemming had gevonden. Ik ging vorige maand bij haar langs op dit afgelegen stukje aarde en kon me haar begeestering voorstellen. Het verhaal staat in het septembernummer van Onze Wereld.
Ondanks alles kwam zijn vader hem waarschuwen dat de politie naar hem op zoek was. En zijn broer moest even slikken toen hij het vertelde, maar stuurde hem niet weg zoals hij had gevreesd. Na jaren rondlopen met zijn geheim, durfde de Oegandees het aan: hij kwam onlangs uit de kast en vertelde zijn familie dat hij homoseksueel is. Dat is niet zonder risico's: homoseksualiteit in
Oeganda is een groot taboe en en mannen die seks hebben met mannen belanden in het gevang. In zijn weblog doet
Gay Uganda verslag van zijn steeds meer openlijke strijd. Ik volg de wederwaardigheden van deze dappere vriend met lichte bezorgdheid, maar vooral bewondering.
In reactie op mijn optimisme over de toekomst van Mozambique - zie
Saudades - kreeg ik een verontwaardigd mailtje uit Zwitserland. Émile, een medewerker van een medische ngo, vond mijn visie veel te rooskleurig. Of ik niet wist dat Mozambique op het lijstje van minst ontwikkelde landen prijkt? Natuurlijk is het nog steeds een ontwikkelingsland in alle opzichten. Met een gemiddelde levensverwachting van veertig jaar en het grootste deel van de bevolking onder de armoedegrens kun je niet anders zeggen. Wat me positief stemt zijn de verbeteringen die ik na vier jaar overal zag: het gaat er wel degelijk de goede kant op. Dat staat in scherpe tegenstelling tot mijn ervaringen in Congo of Soedan, waar ik de toestand vooral ervaar als hopeloos. Daarom vind ik dat ik best eens optimistisch mag zijn.
Na drie weken primitief doen - douchen met emmertjes bij een kaars, slapen op de grond, hele dagen in sardienenbusjes onderweg - was Merrill's bed & breakfast in Johannesburg een oase van luxe. Werd mijn laatste dag in Afrika wakker in dit bed en had in tijden niet zo goed geslapen... En het was nog betaalbaar ook:
The Fountainhead, in een sfeervolle villa in Observatory.
Het meest in het oog springende fenomeen in zuidelijk Afrika mag geen probleem heten, tenminste als het de Zuid-Afrikaanse regering betreft. Zowel in Zuid-Afrika als in Mozambique en alle andere buurlanden van Zimbabwe wemelt het van de
Zimbabwaanse vluchtelingen. Vier jaar geleden was ik voor het laatst in Mozambique, anderhalf jaar geleden was ik nog in Zuid-Afrika, en destijds trof ik in deze landen nauwelijks Zimbabwanen. Nu kom je er overal burgers tegen die de gierende inflatie - 4.500 procent sinds begin dit jaar - en de voedseltekorten in het land onder president Robert Mugabe zijn ontvlucht.
(meer)
Mijn eerste land dat ik bezocht in Afrika was Mozambique, ruim vijf jaar geleden. Het is en blijft mijn grote liefde op dit continent. Na drie weken hier vertrek ik morgen naar Johannesburg en ik heb nu al heimwee, of beter gezegd op zijn Portugees:
saudades. Het levensritme, de mix van mensen en kleuren, de Mozambikaanse vriendelijkheid, er is zoveel om voor terug te komen. Komt nog eens bij dat er zichtbare vooruitgang is in dit zuidelijk Afrikaanse land. Ruim vier jaar was ik hier niet meer, en ik ben blij verrast door de ontwikkeling die ik zie. Nog één nacht in Maputo – laatste avonden in Afrika duren meestal tot het ochtendgloren – en dan:
até approxima (tot de volgende keer)...
Mozambique was al in de ban van grote overstromingen in het midden van het land, toen in februari van dit jaar de tropische
cycloon Favio er nog eens overheen kwam. De storm trof vooral de kustplaats Vilankulo, waar ik jaren geleden enige tijd verbleef. Ik ben terug in Vilankulo om te zien hoe het plaatsje eraan toe is. Ik was op het ergste voorbereid, maar het viel alleszins mee. De Mozambikanen hebben de draad weer opgepakt. Beschreef een inwoonster Vilankulo na de tyfoon als 'alsof we terug waren in de oorlog', inmiddels zijn de meeste daken gerepareerd en de ontwortelde bomen weggehaald. Het meest zichtbaar is de vernielende kracht van de wind nog op de markplaats. De centrale markt had sinds kort een door de Ieren gefinancierd dak boven nieuwe, ordelijke betonnen kramenrijen. Maar cycloon Favio blies het dak eraf en verboog de dakconstructie tot een chaotische kluwen staal. Sindsdien is de markt weer met houten kraampjes op de oude plek in het stadscentrum.
Van een vorige reis moet ik ergens thuis ook die witte stokjes hebben liggen die de Macua-vrouwen tot poeder vermalen om het vermengd met water op hun gezicht te smeren. Deze dame bood me toen ik haar tegenkwam in Mossuril aan mijn gelaat eveneens onder handen te nemen. Je huid schijnt er zijdezacht van te worden, maar helaas had ik geen tijd. Ik ben inmiddels vertrokken uit Noord-Mozambique, verblijf even in de zuidelijke hoofdstad Maputo. Ik mis de open vriendelijkheid van de Macua, de grootste bevolkingsgroep van het land. Morgen reis ik verder naar Inhambane, de hele dag in een boemelbus volgepropt als een blikje sardines.
Twee keer per dag is Cabaceira Pequena van de buitenwereld afgesloten. Bij hoog water zijn de mangrovebossen die het dorp aan de zee omsluiten ondoordringbaar. Alleen bij eb kun je er doorheen waden, maar dan moet je wel de weg weten over de smalle paadjes. Daarom ga ik niet door de mangroves zonder Ibrahim, de gids die van kind af aan in dit natte woud zijn weg heeft leren vinden. Een wandeling door de mangroves doet me nietig voelen. Alleen al de wortels van de bomen reiken tot mijn schouders. Over het slingerpad met een laagje water plassen we door het bos, dat zich als ik omkijk achter ons lijkt te sluiten. Onwillekeurig ben ik opgelucht als we op tijd weer voet aan wal zetten.
'Als er meer dan 32 mensen op de boot zitten, stappen we eraf.' De bootjes tonen dan nog wel eens de neiging tot omslaan, zegt schrijfster Lisa St Aubin de Teran droog. Zij en ik zitten op het achtersteven van een kleine Arabische dhow en wachten op de oversteek van Ilha de Mocambique naar Cabaceira. Ik ben hier om St Aubin te interviewen over haar nieuwe boek, dat gaat over haar nieuwe leven en werk hier in Noord-Mozambique. Alleen al het vervoer van en naar deze locatie is een avontuur, dat behalve dhows met vaak verstelde katoenen zeilen ook pickup trucks, fietsen en onvermijdelijk natte voeten omvat.
(meer)
Vergeet Zanzibar:
Ilha de Mocambique is het meest fascinerende Afrikaanse eiland in de Indische oceaan. Ooit was het de hoofdstad van Mozambique, maar het stadje sluimerde in toen de Portugese koloniale heersers besloten de hoofdstad te verplaatsen naar het uiterste zuiden van het land. Resultaat is een collectie historische vroeg-koloniale gebouwen in meer of mindere staat van verval, op een eiland waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. De brug naar het vasteland is zo smal dat twee auto's elkaar enkel kunnen passeren als er een uitwijkt naar de paar uitgespaarde vluchstroken. Het is er zodoende buitenaards rustig, met een boekwinkel, een handvol hotels en een piepklein marktje. Langzamerhand ontdekken toeristen dit eiland voor de kust van Mozambique, dus als je het in de huidige staat wil zien: ga er snel heen.