Mijn rechterhand met het zorgvuldig geknede balletje amala is halverwege mijn mond als ik opkijk. Drie paar ogen zijn op mij gericht. Het personeel van dit eettentje bij mij om de hoek in Agege, Lagos, heeft kennelijk weinig omhanden. De serveerster met de schuifelpas die me een petflesje water bracht, ging daarna zitten op een stoel aan de tafel naast de mijne. Ze draaide het plastic tuinmeubel precies zo dat ze uitzicht heeft op de roestvrij stalen schaal met okrasoep voor mijn neus en volgt belangstellend hoe ik het bolletje yam-deeg in de slijmerige groene saus doop en vervolgens zonder al te veel draden te trekken omhoog hijs. Ik prop de amala in mijn mond, veeg die ene niet te vermijden slijmdraad met een papieren servet van mijn kin en eet verder. Tien jaar reizen door Sub-Sahara Afrika maakten mij zo goed als immuun voor gestaar. Het grootste deel van de tijd tenminste.
Lees mijn blog op OneWorld.nl